![]() |
||
|
|
Incakaketoe Cacatua leadbeateri Nederlandse benaming: Inca kaketoe De Inca kaketoes komen voor in de droge gebieden van Zuid- en West-Australie. Er bestaan twee ondersoorten. Bij de ondersoort C.l. mollis ontbreekt een gele band in de veren die de kuif vormen. Lengte 38cm. Hals, borst en buik zijn zalmroze, de vleugels aan de bovenzijde wit met een zachte roodachtige vleug, aan de onderzijde zalmroze. Kuif rood, geel en wit. Men kan de geslachten met zekerheid herkennen aan de kleur van de iris. Deze is bij het mannetje bijna zwart, bij het vrouwtje roodbruin. Bijna alle vogels die in Europa gehouden worden behoren tot de ondersoort C.l. leadbeateri. De inca zal men niet in grote getalen in de volières van kwekers aantreffen. Deels door het uitvoerverbod van deze vogels. Deels omdat ze erg duur zijn. Maar zeker ook omdat het geen makkelijke vogel is om mee te kweken. Met name in de broedtijd is de man zeer agressief en menige kweker is dan ook voor de teleurstelling komen te staan dat de pop sneuvelde. Echter hierbij geldt hoe jonger de vogels bij elkaar zijn gekoppeld hoe minder problemen. Persoonlijk vinden wij de Inca niet geschikt als huiskamer vogel. Ze zijn lichtelijk achterdochtig, hebben een zeer luide stem en zijn erg duur. Als u te maken krijgt met een agressieve man, dan is het niet onverstandig om deels te vleugels van de man te knippen. Hierdoor kan de pop makkelijker wegkomen. Ook is het niet onverstandig om 2 invlieg (of vlucht )gaten in het broedblok te maken. De Inca is qua kleur wel een van de mooiste kaketoes. De koning onder de kaketoes. Hoewel de broedtijd en het uitvliegen niet zo veel verschild van andere kaketoe soorten, is het wel opvallend dat de jongen veel langer behoefte hebben om bij de ouders te blijven dan bij de andere soorten. Onze inca kaketoes hebben voor het eerst 2 bevruchte eieren gelegd, helaas zijn de jongen het laatste moment niet uit de eieren kunnen komen ... |
|