![]() |
||
|
|
De Rosé kaketoes: Behalve de ondersoort E.r.roseicapilles is er nog een andere ondersoort beschreven, de E.r.assimilis. Voor de leek is het haast niet mogelijk deze twee ondersoorten te onderscheiden. De engelse naam die men steeds vaker ziet verschijnen is Galah. De rosé kaketoes is ongeveer 35 cem groot. Komt in zeer grote getalen in Australië voor en eet voornamelijk zaden en vruchten. Het gewicht van een volwassen vogel ligt rond de 350 gram. Met name deze kaketoes moet men mager (dus niet veel zonnepitten) voeren. Ze staan bekend om hun vetzucht en aanleg van gezwelletjes wanneer men ze te vet voert. Ook maar dat geldt voor meerder kaketoe soorten zal een te dikke vogel niet overgaan tot broeden. Veelal hoor je dat de rosé kaketoe al met 2 jaar over gaat tot het leggen van eieren. Echter dat komt minder voor dan men beweerd. Rekent u rustig op 4 – 5 jaar. Overigens is dat voor de vogel ook beter. Bij volwassen vogels (d.w.z. vanaf ongeveer twee jaar oud) is het geslacht gemakkelijk vast te stellen. De iris is bij het mannetje donkerbruin, bij het vrouwtje roodbruin. Jonge vogels, tot twee jaar, hebben allemaal een donkere iris. Een ander geslachtskenmerk bij deze soort is het verschil in de z.g. "oogroos". Die bestaat uit een naakte rode oogring, die nogal wrattig is. Bij het mannetje is hij sterker ontwikkeld en gekleurd dan bij het vrouwtje. Maar hier geldt ook weer laat de vogels voor de zekerheid testen. Het legsel van de pop bestaat meestal uit 3-5 eieren. De eieren worden plus minus 25 dagen bebroed en de jongen vliegen na een kleine zeven weken uit. De rosé is zowel bij kwekers als bij huishoudens zeer geliefd. Over het algemeen zijn het rustige en lieve vogels. Speels, minder knagerig als andere kaketoe soorten en absoluut niet eenkennig. Ook kan men deze soort woorden aanleren maar stelt u zich daar ook niet teveel van voor. Wel is het een soort wat vrij snel tam en goed benaderbaar wordt. Het zijn zeer leergierige en speelse vogels. Vooral deze soort moet men zeker twee maal per jaar ontwormen. Komen namelijk veel op de grond om voedsel te zoeken en te graven.
|
|